Thuisbatterij

Hieronder vindt u artikels waarin uitgelegd wordt dat thuisbatterijen (voorlopig) niet rendabel zijn. Kort samengevat zijn ze nog te duur, hebben ze een te korte levensduur, en is "zelfconsumptie" niet zo eenvoudig.

Kan het gebruik van thuisbatterijen uw distributievergoeding temperen?

(De Tijd, 11-09-2020)

Als u zonnepanelen met een thuisbatterij combineert, moet u minder stroom van het net halen. Maar vandaag is het nog altijd niet rendabel om op die manier uw netverbruik en dus ook uw distributievergoeding naar beneden te halen.

Als elektriciteitsverbruiker betaalt u niet alleen voor uw stroom maar ook voor het gebruik van het distributienet waarlangs die elektriciteit tot bij u komt. Dat tarief wordt nu nog alleen berekend op basis van de hoeveelheid stroom die u afneemt. Maar vanaf 2022 wordt voor 80 procent van de distributiekosten rekening gehouden met uw piekverbruik en voor 20 procent met uw totale verbruik.

 

Het gevolg is dat u meer zult moeten betalen als u veel elektriciteitsverslindende toestellen tegelijk gebruikt. De digitale meter registreert per kwartier elke piek. Voor de facturatie neemt de distributienetbeheerder per maand telkens de hoogste piek en maakt dan over een periode van een jaar een gemiddelde van die maandpieken.

 

Eigenaars van zonnepanelen die ten laatste eind dit jaar geplaatst worden, kunnen voor het forfaitaire prosumententarief kiezen en blijven zo uit de wind. Maar wie het reële nettarief betaalt - vanaf 2021 sowieso voor alle nieuwe installaties - riskeert benadeeld te worden door het capaciteitstarief.

Capaciteitstarief

Eigenaars van zonnepanelen verbruiken doorgaans minder elektriciteit van het net dan mensen zonder zonnepanelen. Zolang het nettarief op basis van de hoeveelheid afgenomen stroom berekend wordt, komen ze normaal lager uit dan de verbruiker zonder zonnepanelen omdat ze een deel van hun energiebehoefte afdekken met zelf opgewekte stroom.

 

Maar als het capaciteitstarief wordt ingevoerd, riskeren ze meer te moeten betalen. Ze verbruiken in totaal wel minder van het net, maar ze veroorzaken normaal dezelfde pieken als consumenten zonder zonnepanelen. Het zijn die pieken, en niet het totaalverbruik, die het grootste deel van de netvergoeding bepalen.

Dat is natuurlijk zonde, want vaak produceren bezitters van zonnepanelen voldoende stroom waarmee die piekmomenten kunnen worden opgevangen. Alleen, de productie van de panelen vormt in de meeste gevallen een mismatch. Overdag wordt een overschot aan elektriciteit op het net gezet. ’s Avonds moet dan weer extra stroom van het net worden gehaald als iedereen thuis is en er wordt gekookt, gewassen en tv-gekeken en eventueel ook nog de elektrische auto opgeladen wordt.

 

De oplossing die het vaakst weerklinkt, is dat het elektriciteitsverbruik beter gespreid moet worden in de loop van de dag. Dat is voor een deel mogelijk, maar werkt doorgaans het overschot aan geproduceerde elektriciteit niet weg.

12 tot 15 jaar

Om efficiënter met zelf opgewekte elektriciteit om te springen komt de thuisbatterij in beeld. Daarmee kan zonne-energie worden opgeslagen die anders het net wordt opgestuurd en er later weer moet worden afgehaald. Maar de prijs van zo’n batterij blijft het grote obstakel.

 

Als u voor de duurste optie gaat, kost een batterij met een courante opslagcapaciteit van 8 kilowattuur (kWh) ongeveer 8.000 euro. De batterij heeft een levensduur van 12 tot 15 jaar. Dat betekent dat u uw elektriciteitsfactuur over de langst mogelijke looptijd met meer dan 500 euro per jaar moet doen dalen om de batterij alleen nog maar terug te verdienen.

 

Er zijn ook al goedkopere aanbiedingen op de markt en als u een beetje uitkijkt, vindt u een batterij met dezelfde opslagcapaciteit voor zo’n 6.000 euro. Over een periode van 15 jaar kost u die nog altijd 400 euro per jaar.

 

Als u met uw zonnepaneelinstallatie kiest voor het prosumententarief is, al helemaal geen terugverdieneffect mogelijk, want die forfaitaire som moet u blijven betalen. Op eventuele besparingen mikken kan alleen als u voor het reële nettarief kiest. Maar een doorsneegezin zonder zonnepanelen betaalt tussen 300 en 400 euro per jaar aan netkosten. Met zonnepanelen ligt dat bedrag normaal lager omdat uw verbruik van het net lager ligt. Hoeveel lager is volledig afhankelijk van uw zonne-installatie en van uw verbruikspatroon. Maar het is meteen duidelijk dat u de investering in een thuisbatterij hiermee nooit kunt terugverdienen.

 

Hoeveel voordeel het gebruik van een thuisbatterij in het distributiegedeelte van de elektriciteitsfactuur kan opleveren, is opnieuw afhankelijk van de installatie en het verbruikspatroon. Engie Electrabel gaat er in zijn berekeningen vanuit dat een thuisbatterij gemiddeld een besparing van zo’n 200 euro per jaar op de distributiekosten kan opleveren. Bij een sterk verhoogd verbruik kan dat oplopen tot 350 euro.

 

Als u een thuisbatterij aan uw zonnepanelen koppelt, kunt u de afname van het net verder naar beneden brengen. Maar helemaal onafhankelijk van het elektriciteitsnet zult u nooit worden. Doorgaans wordt ervan uitgegaan dat u met een thuisbatterij uw zelfgebruik van gemiddeld 30 procent naar 70 tot 80 procent kunt verhogen.

 

Maar ook dan blijft u dus nog altijd een gebruiker van het distributienet. Zodra in 2022 het capaciteitstarief van kracht wordt, betekent dat dat u een minimumbijdrage op basis van een piekcapaciteit van 2,5 kilowatt moet betalen. Er wordt vanuit gegaan dat een gemiddeld gezin een piekcapaciteit van 3,15 kilowatt haalt. In dat geval is er dus een benedengrens aan de besparingen die u kunt doen.

Subsidie

Om de investering in een thuisbatterij aantrekkelijker te maken geeft de Vlaamse regering sinds augustus vorig jaar een subsidie. Maar zelfs met die premie zijn thuisbatterijen niet rendabel.

 

De premie bedraagt 250 euro per kWh capaciteit met een maximum van 3.200 euro per aansluitingspunt. Een batterij met een capaciteit van 8 kWh levert een premie van 2.000 euro op. Gaat u voor een duur exemplaar van 8.000 euro, dan brengt dat de kostprijs terug naar 6.000 euro. Maar dat betekent dat u - op een maximale afschrijfperiode van 15 jaar - 400 euro per jaar moet besparen om uit de kosten te komen.

 

Met een batterij van 6.000 euro betaalt u na aftrek van de premie zelf nog 4.000 euro. In dat geval kost de batterij u 266 euro per jaar. Als we de eerder vermelde besparingscijfers hanteren die Engie Electrabel vooropstelt, komt u na 15 jaar met enig geluk break-even uit.

Geen succes

Meer dan waarschijnlijk hebben heel wat potentieel geïnteresseerden in thuisbatterijen ook die simpele berekeningen gemaakt. De Vlaamse premie voor thuisbatterijen is dan ook geen succes. Van 1 augustus 2019 tot 31 januari 2020 werden slechts 38 aanvragen ingediend, terwijl de regering een budget van 5 miljoen heeft opzijgezet voor de ondersteuning van 2.500 installaties.

Recentere cijfers zijn niet beschikbaar, maar waarnemers stellen vast dat de belangstelling zeker niet gegroeid is. Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) stelt in haar antwoord op een parlementaire vraag van Robrecht Bothuyne (CD&V) vast dat het aantal aanvragen ‘relatief beperkt is in verhouding tot het beschikbare budget’. De minister liet ook weten dat er een evaluatie van de premieregeling op de agenda staat.

 

Volgens Bothuyne moeten de subsidies gericht worden ingezet, bijvoorbeeld om gezinnen wier factuur hoger zal zijn door het capaciteitstarief te begeleiden naar een duurzamer en goedkoper alternatief. ‘Gezinnen die nu nog elektrisch verwarmen aan het voordelige - maar uitdovende - nachttarief moeten bijvoorbeeld kunnen genieten van een hogere subsidie om over te schakelen naar een slim aangestuurd verwarmingssysteem met warmtepomp, zonnepanelen en thuisbatterij’, zegt Bothuyne.

 

‘Accumulatieverwarming kan ook werken als een soort batterij. Door een slimme sturing kan de piekcapaciteit sterk verminderen door maximaal gebruik te maken van eigen zonne-energieproductie. De voorziene premie voor zonnepanelen kan verhoogd worden voor eigenaars van zo’n verwarmingssysteem.’

Bijsturing

Volgens Alex Polfliet, directeur van het energiestudiebureau Zero Emission Solutions, moet in eerste instantie aan de toezeggingsvoorwaarden worden gesleuteld. Er moet volgens hem vooral een bijsturing komen van de beperking dat een premie alleen kan als het systeem waarvan de batterij deel uitmaakt nooit meer dan 60 procent van het vermogen van de omvormers in het net injecteert.

 

‘Het is absurd dat nooit meer dan 60 procent van het omvormervermogen van de zonnepaneleninstallatie mag worden geïnjecteerd’, zegt Polfliet. ‘Als je op vakantie bent in de zomer, is op dag twee je batterij vol en ga je op dag drie alles injecteren. Met die regel snap ik zelfs niet dat er toch premies worden uitgereikt.’

Batterijen om de stroom van jouw zonnepanelen op te slaan? Niet rendabel!

(Test Aankoop, 24-02-2020)

Loont het om een thuisbatterij aan jouw installatie van zonnepanelen te koppelen? Wij onderzochten verschillende scenario’s met een lithium-ion-batterij. Onze conclusie: investeren in zo’n batterij is niet rendabel en maakt je niet volledig onafhankelijk van het net.

 

Vier mogelijke scenario’s

Een batterij om je zelf opgewekte zonne-energie op te slaan lijkt om meerdere redenen interessant. Vooreerst produceren zonnepanelen slechts met tussenpozen energie, die je niet altijd op dat eigenste moment verbruikt. Verder vormt de prijs van de elektriciteit die je van het net afneemt een bron van motivatie om zoveel mogelijk zelf te verbruiken. En de onvoorspelbaarheid van de energietarieven maakt het idee van een volledige onafhankelijkheid van het net nog aanlokkelijker.

Daarbij komt dat je in Vlaanderen momenteel een premie kunt krijgen van € 250 per kWh opslagcapaciteit, met een maximum van € 3 200 of 35 % van de investeringskosten.

Is de tijd dan rijp om een thuisbatterij te plaatsen? Dat wilden wij uitzoeken.

Installatie met uiteenlopend vermogen en dito opslagcapaciteit

We hebben verschillende scenario’s bestudeerd die de lithium-ion-technologie benutten.

We deden dat op basis van een gemiddeld elektriciteitsverbruik van 5 000 kWh per jaar, wat een courant verbruik is bij bezitters van zonnepanelen. We baseerden ons op de beschikbare gegevens over de zonneschijn in ons land en een standaard verbruiksprofiel bij de netbeheerders.

Vervolgens lieten we twee factoren variëren: enerzijds de opslagcapaciteit van het opslagsysteem (5 kWh of 10 kWh) en anderzijds het vermogen van de zonnepaneleninstallatie (5 of 10 kilowattpiek (kWp)). Voor elk van die scenario’s hebben we berekend in welke mate de installatie zelfvoorzienend en rendabel zou kunnen zijn.

 

Autonomie moeilijk haalbaar

Terwijl je elektriciteitsverbruik het hele jaar door vrij stabiel blijft (voor zover je niet elektrisch verwarmt), varieert de productie van zonne-energie sterk naargelang het seizoen. Het rendement van de combinatie zonnepanelen-thuisbatterij krijgt dan ook een stevige knauw door de zeer lage productie van zonne-energie in de winter.

Tijdens de donkerste maanden (december en januari) levert een grote zonnepaneleninstallatie van 10 kilowattpiek (kWp) amper 50 % van de benodigde elektriciteit (ongeveer 200 van de 400 kWh die per maand nodig is). En dit is dan nog het totaalresultaat voor een hele maand, zonder rekening te houden met de verschillende momenten waarop je energie opwekt en verbruikt of met een week van lage productie.

In de zomer lopen de momenten waarop je energie opwekt en verbruikt meer gelijk en vormt een thuisbatterij een ideale buffer. Maar doordat die moeite heeft om pieken in de productie van zonne-energie volledig op te vangen, gaat alsnog een deel van de opbrengst verloren.

Het net blijft nodig

Dat verlies kan oplopen tot 43 % bij een zonnepaneleninstallatie van 5 kWp en een batterij met een opslagcapaciteit van 5 kWh, en tot 27 % met een opslagcapaciteit van 10 kWh.

Door een thuisbatterij met een opslagcapaciteit van 5 kWh aan een zonnepaneleninstallatie van 5 kWp te koppelen, stijgt de jaarlijkse zelfvoorzieningsgraad van 28 tot 44 %. Een verdubbeling van de opslagcapaciteit (10 kWh) doet dat cijfer stijgen tot 57 %. De installatie met de hoogste opbrengst (10 kWp) en de hoogste opslagcapaciteit (10 kWh) zorgt voor een jaarlijkse zelfvoorzieningsgraad van 81 %.

“vergelijking tussen opslagvermogens”

 

Niet rendabel

Behalve opslagbatterijen bevat een thuisbatterij ook een omvormer met een elektronisch regelsysteem om optimaal te kunnen werken. Als bij de plaatsing van de zonnepanelen rekening is gehouden met de opslagmogelijkheid, kan een iets goedkopere hybride omvormer volstaan. Voor een bestaande zonnepaneleninstallatie is een specifieke omvormer/lader nodig.

Vanzelfsprekend is de omvormer een cruciaal onderdeel van de batterij om de opbrengst te maximaliseren, de laad- en ontlaadcycli te optimaliseren en zo het potentieel van de batterij gedurende de hele levensduur te garanderen.

Een duur opslagsysteem

Om het volledige opslagsysteem te laten aansluiten op een bestaande zonnepaneleninstallatie betaal je € 1 000 tot € 1 700 per kilowattuur (kWh), afhankelijk van de grootte van de installatie. Hoe groter, hoe lager de prijs per kWh. Reken op € 1 700/ kWh voor een opslagcapaciteit van 1 tot 5 kWh, € 1 300/kWh voor een opslagcapaciteit van 7 tot 11 kWh en € 1 000/kWh voor een opslagcapaciteit van 13 tot 20 kWh.

Is nu een van de onderzochte scenario’s interessant, rendabel en zo ja, op welke termijn?

Geen voordeel

Geen van de scenario’s die we hebben bestudeerd, lijkt rendabel over de hele levensduur van de thuisbatterij (maximaal 15 jaar). De kosten die je bespaart door de stroom die je niet van het net maar van je thuisbatterij haalt, wegen niet op tegen de investering, zelfs niet als je de besparing met 3 % per jaar indexeert. Bovendien gaan we hier uit van een bestaande zonnepaneleninstallatie. We houden geen rekening met de kosten van de zonnepanelen, noch met een mogelijke overdimensionering.

Om de investering terug te verdienen in 7 jaar – de helft van de levensduur van de thuisbatterij – zou de prijs ervan 3 tot 6 keer lager moeten zijn, afhankelijk van het scenario.

 

“nog steeds niet rendabel”

 

Vooruitzichten

De prijzen van de batterijen zijn de voorbije jaren aanzienlijk gedaald, mede dankzij de ontwikkeling van elektrische wagens. Maar zal die tendens zich voortzetten? Volgens experts zou de prijs van de batterijen kunnen dalen, waardoor de totale kosten van een thuisbatterij 20 tot 30 % zouden kunnen zakken. Maar dat zou niet volstaan om dat soort systemen rendabel te maken.

Thuisbatterij als tweede leven

Een andere optie zou erin kunnen bestaan om lithium-ion-batterijen uit auto’s te hergebruiken. Auto’s hebben immers een krachtige batterij nodig om snel te kunnen versnellen. Als de batterij niet genoeg vermogen meer levert, moet ze worden vervangen. Maar gezien het resterende vermogen en aantal oplaadcycli (meer dan 2 000) zou ze daarna probleemloos kunnen worden omgebouwd tot een thuisbatterij.

Dat zou niet alleen de prijs drukken, maar ook de milieu-impact verminderen en de vraag naar schaarse grondstoffen verkleinen. Door de stijgende behoefte aan grondstoffen voor de batterijen van elektrische auto’s dreigen er op termijn immers tekorten. Maar dan moet er zich daarvoor een aparte sector ontwikkelen.

Collectieve opslag als alternatief

Er bestaan alternatieven die parallel kunnen worden ontwikkeld: centrale systemen met lithium-ion-batterijen die pieken in de productie en de vraag opvangen, kunnen worden gecombineerd met nieuwe opslagtechnologieën.

Er zijn ook samenwerkingsverbanden tussen burgers voor collectief zelfverbruik. Die bieden prosumenten de mogelijkheid om hun stroomoverschot door te verkopen aan buren tegen een tarief dat onder de marktprijs ligt. Daar heeft zowel de netwerkbeheerder als de deelnemende burger baat bij.

Momenteel wordt dit concept uitgetest in Brussel en in Vlaanderen. In Wallonië bereidt Ores een vergelijkbaar proefproject voor. De enige voorwaarde is dat er een digitale meter aanwezig is om de elektriciteitsstromen tussen de burgers te meten. Dit biedt een mooie kans om de digitale meter rendabel te maken. Beter dan een individueel opslagsysteem zou een stroomnet dat beter in evenwicht en groener is, zou ongetwijfeld rendabeler zijn op korte termijn en iedereen ten goede komen.

 

De zwarte vlek van de recyclage

Om te voorkomen dat de batterijen op het stort terechtkomen, zal de wetgever een regeling moeten uitwerken over wat er moet gebeuren op het einde van hun levensduur of zal hij een recyclagebijdrage moeten invoeren. Vandaag staan enkele pistes in de kinderschoenen om de materialen van de batterijen te recycleren. De oprichting van het Reneos-netwerk op Europese schaal is het begin van antwoord op die cruciale vraag. Achttien nationale organisaties, waaronder Bebat voor België, hebben als opdracht om de recyclage technisch haalbaar en rendabel te maken, door de producenten van batterijen er al zo vroeg mogelijk bij te betrekken. In afwachting blijft er onzekerheid over de kosten van de recyclage, wat de rentabiliteit van die opslagsystemen bijkomend onder druk zet.

Korte Welvaart 1, 3140 Keerbergen

T 0495 / 499 638

info @ nikowauters . be

RPR Leuven     BTW BE 0665.965.178

Orde van Architecten: www.architect.be

Provincie Vlaams-Brabant: B400357

  • LinkedIn - White Circle
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon

© 2020 by Niko Wauters architecten bv

NIKO WAUTERS

architecten