Elektriciteit

Wordt uw stroomfactuur vanaf 2020 duurder ?

(De Tijd , 23 augustus 2020)

De elektriciteitsfactuur van Vlaamse gezinnen verandert vanaf 2022 grondig. Wie grote verbruikspieken veroorzaakt, moet daarvoor betalen. Wie zijn stroomverbruik spreidt, kan met de nieuwe nettarieven tot honderden euro’s uitsparen.

 

Het wordt in Vlaanderen duurder om plots veel stroom te gebruiken. De Vlaamse energiewaakhond VREG voert vanaf 2022 nieuwe nettarieven in waardoor Vlaamse gezinnen en bedrijven moeten betalen voor hun piekverbruik. Wie tegelijkertijd zijn inductiekookplaat aanzet, een kookwas draait, de elektrische wagen oplaadt en de jacuzzi opwarmt, zal dat merken aan de factuur.

Specialisten vergelijken het met het internet. Wie bij pakweg Telenet of Proximus een internetabonnement afsluit, betaalt een vast maandbedrag om toegang te krijgen tot een bepaalde downloadsnelheid. Wie een snellere connectie wil, betaalt meer, ongeacht hoeveel data aan het einde van elke maand effectief verbruikt zijn.

 

Volgens datzelfde principe komt er ook voor het elektriciteitsnet een vaste bijdrage voor toegang tot capaciteit. De distributienetbeheerder Fluvius moet voor iedere woning ‘bandbreedte’ reserveren en dure kabels onder de grond steken. Of er in een jaar veel of weinig stroom door die kabels vloeit, maakt in de kosten geen verschil. Grote verbruikspieken zijn wel van belang, want daarvoor zijn zwaardere en dus duurdere kabels nodig. Het nieuwe capaciteitstarief moet die situatie beter reflecteren. Wie het stroomnet met verbruikspieken belast, moet extra betalen.

 

Door gezinnen en bedrijven aan te moedigen hun verbruik beter te spreiden, willen Fluvius en de VREG vermijden dat de netkosten exploderen. Er komen steeds meer elektrische wagens, warmtepompen en zonnepanelen. Als die allemaal tegelijk draaien, vreest de VREG dat miljarden aan investeringen nodig zijn om te garanderen dat het net dat aankan. De nieuwe nettarieven moeten mensen aanmoedigen die situatie te voorkomen door zelf hun pieken in te perken.

 

Het nieuwe capaciteitstarief

Hoe werkt het capaciteitstarief? Vandaag wordt het volledige bedrag van de distributienettarieven bepaald door de hoeveelheid stroom die iemand afneemt. Wie een kilowattuur verbruikt, betaalt daarvoor niet alleen een vergoeding aan zijn energieleverancier maar ook een bedrag aan Fluvius voor de uitbating van het distributienet. Vanaf 2022 zal die vergoeding niet langer gebaseerd worden op het totale verbruik in kilowattuur (kWh), maar zal het piekverbruik in kilowatt (kW) de doorslag geven. De digitale meter zal iedere maand het kwartier nemen waarin het hoogste vermogen wordt gevraagd van het net. Het gemiddelde van die maandpieken bepaalt hoeveel capaciteitstarief iemand in een jaar moet betalen.

 

Op een jaarfactuur van 850 euro vertegenwoordigen de netkosten vandaag zo’n 180 euro. Dat deel van de elektriciteitsrekening zal na de hervorming hoofdzakelijk door het piekverbruik bepaald worden. Daarnaast is er nog zo’n 200 euro voor andere distributienettarieven, die volledig via het kilowattuurgebruik verrekend blijven worden. Zo’n 170 euro bestaat uit heffingen en btw en een gemiddeld gezin betaalt 300 euro (35%) voor de elektriciteit zelf.

De hervorming betekent een trendbreuk. Voor de meeste huishoudens is de impact beperkt, maar voor sommige verbruikers gaat het om een verschil van enkele honderden euro’s per jaar. Wie zijn de winnaars en wie de verliezers?

 

1/ Het doorsneegezin... is veelal goedkoper af

Voor de meeste gezinnen zullen de nieuwe tarieven de energiefactuur niet drastisch wijzigen. De VREG berekende dat voor ruim 60 procent van de Vlamingen de distributienettarieven dalen of met maximaal 10 procent stijgen. Voor een doorsneegezin gaat het om een paar euro’s meer of minder per jaar.

Neem een gemiddeld huishouden met kinderen. Met een jaarverbruik van 3.500 kWh betaalt het vandaag 381 euro aan nettarieven. Stel, dat gemiddelde gezin heeft de gebruikelijke elektrische apparaten, zoals een koelkast, strijkijzer, wasmachine en stofzuiger. Het maximumvermogen bedraagt dan 3,15 kW. Met de nieuwe tarieven zal dat gezin vanaf 2022 zo’n 50 euro minder betalen dan vandaag. De hogere vergoeding voor de stroompiek wordt ruimschoots gecompenseerd doordat de tarieven per verbruikte kilowattuur dalen.

Ruben Baetens, energiespecialist bij het Brusselse milieutechnologiebedrijf 3E, gebruikt een handige vuistregel om de impact van de nieuwe tarieven te berekenen. ‘Grosso modo betaalt een gezin vandaag alles inbegrepen 26 eurocent voor iedere kilowattuur die het verbruikt. Met de nieuwe tarieven wordt het verbruik van een kilowattuur stroom 6 cent goedkoper, maar komt daarbovenop wel een capaciteitstarief van 50 euro per kilowatt piekverbruik.’

 

Afhankelijk van de verhouding tussen het totale verbruik en het wattage van de hoogste piek kunnen gezinnen de impact berekenen van de nieuwe nettarieven. ‘Een gezin met een gemiddeld verbruik van 3.500 kilowattuur mag een piek trekken van zo’n 4 kilowatt zonder dat de factuur duurder wordt’, zegt Baetens. ‘Het bedrag dat je extra betaalt voor die piek wordt gecompenseerd door de lagere kosten van de verbruikte kilowatturen.’

Een gezin met een constant hoog verbruik maar zonder uitschieters zal beter af zijn. Gezinnen met een laag jaarverbruik van onder 2.000 kWh zullen hogere nettarieven krijgen. Bij een verbruik van 1.200 kWh en een doorsnee piek zal de netfactuur met 41 euro toenemen tot 195 euro per jaar.

 

2/ De zonne-energieproducent... blijft in onzekerheid

Gezinnen met zonnepanelen blijven voorlopig in grote onzekerheid. Die vaagheid heeft weinig te maken met de nieuwe tarieven, maar wel met een rechtszaak bij het Grondwettelijk Hof. De VREG heeft de regeling aangevochten waarbij de eigenaars van zonnepanelen nog 15 jaar het gunstregime van de terugdraaiende teller kunnen gebruiken. Als gezinnen overdag zonnestroom op het net zetten en die er ’s avonds weer af halen, komt hun nettoverbruik dankzij de terugdraaiende teller weer op nul te staan. Ze hoeven dan niet te betalen voor hun effectieve gebruik van het net, maar betalen een forfaitair bedrag, het prosumententarief. Wie nog voor eind 2020 zonnepanelen plaatst, kan ervoor kiezen nog 15 jaar van het systeem met de terugdraaiende teller te genieten.

De VREG verzet zich tegen die lange overgangsmaatregel. De regulator wil dat met de komst van de digitale meter ook alle eigenaars van zonnepanelen bijdragen naar hun werkelijke gebruik van het net. De verwachting is dat het Grondwettelijk Hof tegen volgend jaar duidelijkheid schept over de heikele kwestie.

Als de regeling met de terugdraaiende teller standhoudt, blijven de nettarieven voor gezinnen die er gebruik van maken dezelfde, inclusief het prosumententarief. In het voorbeeld van de zonne-energieproducent verandert dan niets en blijven de nettarieven in 2022 op 259 euro. Mensen met zonnepanelen zouden dan tot 15 jaar na de indienstneming ervan kunnen profiteren van de terugdraaiende teller.

Als het Grondwettelijk Hof een streep door het systeem trekt, zal alles afhangen van de precieze bepalingen van die beslissing. Sowieso is het niet de bedoeling dat het capaciteitstarief boven op het prosumententarief komt. Als gezinnen met zonnepanelen moeten betalen voor hun piekafname van het net, vervalt het prosumententarief.

 

Het wegvallen van de terugdraaiende teller zou veelal in het nadeel spelen van mensen die er nu op rekenen. Gezinnen met zonnepanelen kunnen hun netgebruik wel proberen te verlagen door zonnestroom die ze overdag produceren zelf te consumeren, maar als ze ’s avonds elektrisch koken, zullen ze vaak piekafnames optekenen die even hoog zijn als die van gezinnen zonder zonnepanelen. Het capaciteitstarief zal voor die zonne-energieproducenten zwaar doorwegen.

Er bestaat nog een derde mogelijkheid voor wie vrijwillig afstand heeft gedaan van de terugdraaiende teller. Die gezinnen worden nu gefactureerd op hun effectieve brutoafname van het net. Mogelijk kunnen ze na 2022 kiezen om de nettarieven volledig te blijven betalen op basis van hun kWh-afname van het net en niet op basis van hun piekverbruik. Het Grondwettelijk Hof moet dat beslissen.

De nieuwe nettarieven maken het iets minder aantrekkelijk om vanaf 2022 nieuwe zonnepanelen te plaatsen. ‘Het verbruik van een kilowattuur van het net wordt goedkoper, dus wordt het voordeel kleiner van de stroom die je zelf opwekt en niet meer van het net moet halen’, zegt Baetens.

 

3/ De stroomvreter... laadt zijn wagen beter traag op

Hoewel grote stroomverslinders zoals een warmtepomp of een elektrische wagen forse pieken kunnen veroorzaken, komen de grootverbruikers toch als winnaars uit de bus. De reden is dat zij vandaag al een hoog kilowattuurverbruik hebben en daardoor extra zwaar belast worden via de nettarieven op de stroomfactuur. Met de invoering van het capaciteitstarief zullen ze weliswaar nog altijd hoge netkosten betalen, maar de extra kostprijs van het capaciteitstarief wordt meestal ruimschoots gecompenseerd doordat iedere kWh stroomverbruik goedkoper wordt.

Die ingreep is geen toeval. Warmtepompen en elektrische wagens worden door het lagere kilowattuurtarief bewust aantrekkelijker gemaakt dan fossiele verwarming en brandstof. De VREG geeft de consumenten een duwtje in de rug om werk te maken van de energietransitie en te investeren in de gewenste elektrificatie van hun verwarming en transport. Als de consumenten er dan ook nog eens in slagen hun verbruik te spreiden en pieken af te vlakken, kunnen grootverbruikers honderden euro’s per jaar besparen.

 

Een gezin met een warmtepomp en e-auto komt vandaag al snel aan een jaarverbruik van 14.000 kWh en pieken tot 16 kW. Omdat het verbruik vandaag zwaar wordt aangerekend, betaalt zo’n grootverbruiker nu 1.532 euro aan nettarieven. Met de overstap naar het capaciteitstarief zakt die factuur met 112 euro. Als diezelfde stroomvreter erin slaagt zijn verbruik te spreiden en de pieken af te vlakken tot 6 kW, dan bespaart zo’n gezin jaarlijks 485 euro. Het hoeft daarvoor niet eens zelf in te grijpen. Er bestaan slimme applicaties voor laadpunten of warmtepompen zodat die automatisch terugschakelen als andere apparaten al veel vermogen vragen.

 

‘Met een elektrische boiler, een warmtepomp of een e-auto kan je de grootste winst boeken’, zegt Baetens. ‘Of je een warmtepomp een half uurtje eerder of later aanzet, maakt weinig uit voor je comfort, maar voor je stroompiek en dus je factuur kan het een groot verschil maken.’

In een voorbeeld dat Fluvius-specialist Ruben Peene uitrekende, kan iemand die vandaag geen aparte teller heeft voor nachttarief straks 750 euro per jaar besparen door zijn elektrische wagen geleidelijk ’s nachts te laden. In tien uur aan de stekker kan de wagen een bereik van 100 kilometer laden, voor velen voldoende voor het woon-werkverkeer. De voorwaarde is dan wel dat die persoon consequent is. Als hij toch één keer per maand sneller laadt of verschillende grote stroomverbruikers combineert, zal het maximumvermogen van dat ene moment bepalend zijn.

Het nachttarief verdwijnt

Het onderscheid tussen dag- en nachttarief verdwijnt in 2022. Energieleveranciers zullen overdag en ’s nachts nog wel andere prijzen kunnen aanrekenen, maar de nettarieven worden gedurende de hele dag gelijk. De energieregulator VREG vindt het niet langer nodig nachtelijk verbruik aan te moedigen, een erfenis uit het verleden toen de kerncentrales ’s nachts voor stroomoverschotten dreigden te zorgen.

Voor sommige gezinnen die ’s nachts veel verbruiken, kan het een slechte zaak zijn. Zo werd lange tijd elektrische accumulatieverwarming aangemoedigd, met een elektrische ketel die ’s nachts goedkoop stookt en pas overdag zijn warmte afgeeft. ‘Voor hen voelt dit bijzonder onrechtvaardig aan’, zegt Vlaams Parlementslid Johan Danen (Groen). ‘Vaak gaat het om kwetsbare gezinnen in oude huurappartementen en is het onmogelijk die installaties aan te passen.’

 

Wat als u nog geen digitale meter hebt ?

Veel gezinnen die nog een oude analoge elektriciteitsmeter hebben, hebben geen idee hoe hoog hun verbruikspiek ligt. Enkel hun totale kilowattuurverbruik wordt gemeten, niet hun maximale vermogenspiek op momenten dat verschillende apparaten tegelijk stroom vragen van het net. Omdat de oude meters die piekwattages niet registreren, kunnen gezinnen met een oude klassieke meter niet op dezelfde manier afgerekend worden als gezinnen met de nieuwe digitale meter. Als de vernieuwde nettarieven in 2022 in werking treden, zullen aanvankelijk alleen gezinnen met een digitale meter een factuur krijgen op basis hun werkelijke verbruikspiek.

‘Wie nog een klassieke meter heeft, gaat alleen de minimale bijdrage betalen die overeenkomt met een verbruikspiek van 2,5 kilowatt’, zegt Leen Vandezande, tarievenspecialist bij de Vlaamse energiewaakhond VREG. ‘Boven op die vaste bijdrage die iedere klant zal moeten betalen, zullen de tarieven voor gezinnen met een klassieke meter nog berekend worden op basis van hun kilowattuurverbruik. Hun kilowattuurtarief zal hoger liggen dan dat van klanten die al een digitale meter hebben.’

Hoewel de indruk leeft dat mensen met een digitale meter hogere tarieven gaan betalen, is dat lang niet altijd het geval. Alles hangt af van het individuele gebruiksprofiel van een gezin en van de verhouding tussen het totale stroomverbruik en het verbruik op piekmomenten. In tal van situaties komen consumenten goedkoper uit als ze al een digitale meter hebben.

Een gemiddeld gezin met een jaarverbruik van 3.500 kilowattuur en een maximaal piekverbruik van 3,15 kilowatt is beter af met een digitale meter. Terwijl de netkosten voor zo’n gezin met een slimme meter in 2022 329 euro zullen bedragen, ligt datzelfde bedrag voor een gezin met een oude analoge meter zo’n 40 euro hoger. Ook in het uitgewerkte voorbeeld van de tweedeverblijver betaalt iemand met een slimme meter 101 euro per jaar aan netkosten en iemand met een klassieke meter 130 euro.

 

De netbeheerder Fluvius wil de uitrol van de digitale meter versnellen. Eind januari hadden ruim 200.000 Vlamingen een digitale meter. De Vlaamse regering besliste onlangs dat tegen eind 2024 80 procent van de Vlamingen een digitale meter moet hebben. Geleidelijk komen steeds meer gezinnen in de situatie waarbij ze een capaciteitstarief moeten betalen voor hun echte verbruikspieken. Tegen juli 2029 moet de analoge teller helemaal verdwenen zijn.

Het is de bedoeling dat Fluvius een applicatie uitwerkt die gezinnen met een digitale meter toelaat hun stroompiek te raadplegen. Op die manier kunnen ze hun gedrag bijsturen en krijgen ze zicht op welke stroomverslinders ze beter niet tegelijk aanzetten.

 

 

 

Spreid gebruik van energieverslinders in de tijd

(De Tijd, 27-08-2020)

De VREG, de Vlaamse regulator voor de energiemarkt, gaat er op basis van representatieve datasets van verbruiksprofielen van uit dat een gemiddeld gezin een verbruikspatroon heeft dat tot een piekvermogen van 3,15 kilowatt leidt. Dat is een statistisch gemiddelde. ‘Statistieken en categorieën zijn relevant om de impact van maatregelen op de maatschappij in te schatten. Maar er zit een grote spreiding in de verbruiks- en productiepatronen’, zegt Koen Vanthournout, senior researcher bij het energieonderzoekscentrum EnergyVille/VITO. ‘Als je inzoomt op één huishouden, zeggen die gemiddelden nog weinig en kijk je het best naar de specifieke toestellen en het gedrag van dat huishouden.

 

Hoe weet ik hoeveel mijn elektrische toestellen tegelijk verbruiken?

Het is niet eenvoudig te berekenen wat de exacte piek van een gezin is. U kunt op veilig spelen en de som maken van alle wattages die op de toestellen staan. Maar dat zal een onrealistisch hoog resultaat opleveren.

‘Omdat het verbruik van veel toestellen niet constant is, kan je niet gewoon optellen’, verduidelijkt Vanthournout. ‘Een vaatwasser en wasmachine halen hun maximaal verbruik alleen tijdens de - doorgaans korte - opwarmcyclus. Als dat niet in hetzelfde kwartier gebeurt, kunnen ze perfect samen aanstaan. Maar weinig mensen weten wanneer hun vaatwasser water opwarmt of alleen aan het spoelen is.’

 

Vanthournout wijst er ook op dat de piek die op uw factuur zal verschijnen niet het hoogste ogenblikkelijke vermogen is dat u van het net afneemt, wel de hoogste gemiddelde kwartierwaarde. ‘Korte pieken zijn dus geen probleem’, stelt hij. ‘De impact van een waterkoker die typisch maar een minuutje opstaat is klein, want 1 minuut lang 2,3 kW telt in het kwartiergemiddelde slechts als 0,15 kW. De 2,3 kW van een elektrische kacheltje dat een uur lang opstaat, telt daarentegen wel volledig door.’

 

Wat is de impact op het verbruik van mijn verschillende toestellen?

Er zijn verschillende categorieën toestellen met een hoge piek. Alle toestellen die ‘iets verwarmen’ en die aan een standaard stopcontact hangen, hebben typisch een piekverbruik van 10 A of 2,3 kW. 10 A is de maximale verbruik- stroom van een toestel dat via een stopcontact wordt gevoed. In die categorie zitten vaatwassers, droogkasten, wasmachines, waterkokers, mobiele elektrische kacheltjes, ovens en de meeste elektrische warmwaterboilers.

Uitzonderingen op die categorie zijn de toestellen met warmtepomptechnologie, zoals een droogkast met een warmtepomp. Die hebben een vermogen lager dan 1 kW.

Toestellen met een vaste aansluiting hebben vaak een hoger verbruik. Als alle platen in gebruik zijn, gaat een inductiekookfornuis bijvoorbeeld tot 7 à 8 kW. Maar bij die toestellen is er veel variatie tussen merken en types, en wat u kunt installeren is afhankelijk van uw netaansluiting. Zeer zware toestellen vergen vaak een driefasige aansluiting.

Vaste elektrische verwarming valt in twee categorieën uiteen:

 

- Accumulatieverwarming: er zit veel variatie op het geïnstalleerde vermogen. Dat staat in verhouding tot de grootte en de isolatie van uw woning. Maar het zijn energieslokoppen met een piekverbruik tot 10 à 15 kW.

- Warmtepompen: moderne warmtepompen streven naar een zo laag mogelijk continu verbruik. Hoewel warmtepompen veel kWh gebruiken op jaarbasis, hebben ze een lage piek. ‘Een capaciteitstarief is in het voordeel van gezinnen met een warmtepomp’, zegt Vanthournout. ‘Het precieze vermogen hangt af van het type en de grootte van uw warmtepomp. Het elektrisch vermogen van een warmtepomp is echter zo’n belangrijke kostenbepalende parameter dat die zo laag mogelijk wordt gehouden. Doorgaans bedraagt die slechts enkele kW.’ Sommige warmtepompen bevatten een elektrische weerstand als bijstook voor als het zeer koud is. Als die weerstand actief is, kan het vermogen snel oplopen.

Elektrische voertuigen: als ze traag geladen worden via een standaard stopcontact, is dat 10 A of 2,3 kW. Anders is de piek gelijk aan het vermogen van uw laadinfrastructuur. Dat kan voor snelladers oplopen tot 22 kW. Meestal is het 7 kW.

 

Hoe kan ik mijn piekverbruik inperken?

De vuistregel bij uitstek: tracht het gebruik van energieverslinders zo veel mogelijk te spreiden. De VREG wijst er echter op dat dat niet tot het uiterste moet worden doorgeduwd, waardoor aan comfort wordt ingeboet. Het is niet de bedoeling geen potje te koken omdat de vaatwasser aanstaat en het licht brandt.

‘Onze eerste indruk is dat de consument weinig manoeuvreerruimte zal hebben om zo weinig mogelijk capaciteitstarief te betalen’, zegt Simon November van de consumentenorganisatie Test-Aankoop. ‘Het enige wat hij kan doen, is erop toezien dat de wasmachine, de droogkast en de vaatwasser niet tegelijk draaien. Voor wie elektrisch kookt, wordt het minder evident. Dan gebruik je vaak meerdere kookplaten en komt eventueel de oven erbij. In dat geval gebruik je 4 tot 6 kW.’

Maar helemaal zeker bent u dan ook niet over dat piekverbruik. Veel huishoudelijke toestellen trekken enkel een kortstondige piek of gebruiken maar een beperkt vermogen, waardoor ze het door de digitale meter geregistreerde gemiddelde vermogen op kwartierbasis maar beperkt beïnvloeden. Inductiekookfornuizen verbruiken maar kort hun piekvermogen. Zodra de pannen warm zijn, zakt dat snel.

Daarnaast zult u zich bij de aankoop moeten richten op het vermogen van een elektrisch toestel. Zuinige toestellen zijn niet alleen goed om uw piekvermogen in toom te houden. Ze hebben ook een positieve invloed op uw verbruik en dus op het niet aan de capaciteit gelinkte deel van uw elektriciteitsfactuur.

Uiteindelijk is meten weten. De net- beheerder Fluvius wil zo snel mogelijk garanderen dat mensen hun piekwaarde kunnen consulteren op hun digitale meter. Om een nog beter zicht te krijgen op uw verbruikspatronen bestaan er toestellen die aan de digitale meter gekoppeld kunnen worden en waarmee u alles in detail kunt bestuderen. Een overzicht van die applicaties staat op maakjemeterslim.be.

Korte Welvaart 1, 3140 Keerbergen

T 0495 / 499 638

info @ nikowauters . be

RPR Leuven     BTW BE 0665.965.178

Orde van Architecten: www.architect.be

Provincie Vlaams-Brabant: B400357

  • LinkedIn - White Circle
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon

© 2020 by Niko Wauters architecten bv

NIKO WAUTERS

architecten